ECLI:NL:CRVB:2022:845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toekenning IVA-uitkering versus WGA-loonaanvullingsuitkering
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering. Het UWV handhaafde dit standpunt in een besluit van 30 november 2015, dat door appellante werd bestreden. Na een uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek, inclusief benoeming van onafhankelijke deskundigen, werd vastgesteld dat appellante weliswaar arbeidsongeschikt is, maar niet volledig en duurzaam op de datum in geding.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de deskundige Wolff-van der Ven een zorgvuldig en overtuigend onderzoek had verricht, waarbij aanvullende beperkingen werden vastgesteld. Deskundige Greveling-Fockens concludeerde dat er een meer dan geringe kans op herstel bestond, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Het UWV wijzigde daarop het besluit en handhaafde de WGA-uitkering.
Het hoger beroep van appellante slaagde daarom deels: het eerdere besluit van 30 november 2015 en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd, maar het beroep tegen het gewijzigde besluit van 12 maart 2021 werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen medisch en arbeidskundig onderzoek bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en de toepassing van de Wet WIA, waarbij de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke deskundige volgt indien diens motivering overtuigend is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt toegewezen, het eerdere besluit en uitspraak worden vernietigd, maar het beroep tegen het gewijzigde besluit wordt ongegrond verklaard.