ECLI:NL:CRVB:2022:848
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening wegens te late betaling griffierecht
Verzoekster had een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak ingediend, maar dit verzoek werd op 23 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. De Raad had verzoekster hierover op 19 november 2020 geïnformeerd en een betalingsherinnering gestuurd op 20 december 2020.
Verzoekster stelde dat zij de betalingsherinnering pas na de uiterste betalingstermijn had ontvangen en verzocht om vrijstelling van betaling. De Raad constateerde dat de brief van verzoekster van 12 februari 2021 pas op 1 juni 2021 was ontvangen, ruim drie maanden na verzending.
De Raad achtte het aannemelijk dat verzoekster de betalingsherinnering pas had ontvangen toen zij niet meer binnen de termijn het griffierecht kon voldoen of een beroep op betalingsonmacht kon doen. Daarom verklaarde de Raad het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier E.X.R. Yi, op 24 maart 2022.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt opgeheven.