Uitspraak
OVERWEGINGEN
26 februari 2020 heeft appellant beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
26 februari 2020 heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
30 maart 2020 heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
26 februari 2020 heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
27 februari 2020 heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
27 februari 2020 heeft appellant beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
e-mailcorrespondentie over de jaren 2017 tot en met 2020 blijkt namelijk dat tussen appellant en (de gemachtigde van) het dagelijks bestuur steeds en bij voortduring per e-mail is gecorrespondeerd, waarbij het gaat om een vrijwel dagelijkse stroom e-mails van appellant aan het dagelijks bestuur. Deze e-mails betreffen ook aanvragen bijzondere bijstand. Er is daarom een bestendige e-mail praktijk ontstaan. Omdat appellant beroepen heeft ingesteld nadat hij de reële besluiten heeft ontvangen is er geen sprake van de situatie dat de beroepen mede betrekking hebben op de reële besluiten. Ten slotte kan geen sprake zijn van vaststelling door de rechtbank van (de hoogte van) dwangsommen, omdat appellant geen beroep meer kon instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Dat betekent dat het dagelijks bestuur de voor bezwaar vatbare primaire besluiten en de voor beroep vatbare besluiten op bezwaar al tijdig had genomen voordat appellant de beroepen bij de rechtbank instelde. De rechtbank heeft de beroepen in zoverre terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dat leidt tot een bevestiging van de aangevallen uitspraak in de zaken 20/3839 PW, 20/3840 PW, 20/3841 PW, 20/3842 PW, 20/3843 PW, 20/3845 PW, 20/3846 PW, 20/3847 PW en 20/3848 PW. Ter voorlichting van partijen merkt de Raad op dat het dagelijks bestuur dus geen dwangsom verschuldigd is aan appellant.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover deze betrekking heeft op de zaken 20/3839 PW, 20/3840 PW, 20/3841 PW, 20/3842 PW, 20/3843 PW, 20/3845 PW, 20/3846 PW, 20/3847 PW, 20/3848 PW;
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover deze betrekking heeft op de zaak 20/3844 PW;
- verklaart het beroep tegen het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar tegen het besluit van 16 oktober 2019 gegrond en vernietigt dat besluit;
- stelt de hoogte van de door het dagelijks bestuur aan appellant verschuldigde dwangsom vast op € 161,-.