ECLI:NL:CRVB:2022:88
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het CIZ. Tijdens de procedure heeft het CIZ een herziene beslissing op bezwaar genomen waarin volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het CIZ.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling behandeld op basis van de schriftelijke stukken. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel beroep als hoger beroep.
De proceskosten zijn vastgesteld op een totaalbedrag van €3.415,50, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. Voor het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het CIZ wenden. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Otten, met griffier D. van der Boom, en is uitgesproken op 12 januari 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €3.415,50 aan proceskosten aan appellant.