ECLI:NL:CRVB:2022:882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek achterwege en oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeeld kan worden in de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten werden berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en de kosten van deskundigen conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts).
De Raad wees de vergoeding van de deskundigenkosten gedeeltelijk toe, waarbij alleen de uren van medisch adviseurs werden vergoed tegen het tarief uit het Bts, exclusief administratieve werkzaamheden. De totale kostenveroordeling bedroeg € 6.153,14. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 6.153,14 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.