ECLI:NL:CRVB:2022:911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Het UWV nam op 8 september 2021 een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken vanwege de volledige tegemoetkoming door het UWV, zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb. De Raad besloot het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.
De proceskostenvergoeding werd begroot op €759,- voor verleende rechtsbijstand conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV vorderen. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 20 april 2022.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten aan appellante.