ECLI:NL:CRVB:2022:911

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 april 2022
Publicatiedatum
3 mei 2022
Zaaknummer
21/1757 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Het UWV nam op 8 september 2021 een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken vanwege de volledige tegemoetkoming door het UWV, zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb. De Raad besloot het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.

De proceskostenvergoeding werd begroot op €759,- voor verleende rechtsbijstand conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV vorderen. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 20 april 2022.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 april 2022
21/1757 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
8 april 2021, 20/2896 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B.C.F. Kramer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 8 september 2021 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij fax van 6 december 2021 heeft mr. Kramer namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 8 september 2021 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 759,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 april 2022.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai
IvR