ECLI:NL:CRVB:2022:914

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 april 2022
Publicatiedatum
3 mei 2022
Zaaknummer
20/1640 WLZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang na overlijden appellant

De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Appellante is overleden en er is vastgesteld dat er geen erfgenamen zijn die het belang in de procedure kunnen voortzetten. De gemachtigde van appellante heeft verklaard geen erfgenaam te zijn en dat er geen erfgenamen bestaan. Menzis, de wederpartij, is niet verschenen bij de zitting.

De Raad heeft het verzet tegen een eerdere niet-ontvankelijkverklaring gegrond verklaard, maar na onderzoek concludeert de Raad dat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 april 2022. Hiermee wordt het hoger beroep definitief afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van appellante zonder erfgenamen.

Uitspraak

20.1640 WLZ

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
30 maart 2020, 19/2472 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
De erven van [appellante] te [woonplaats] (appellante)
Stichting Zorgkantoor Menzis (Menzis)
Datum uitspraak: 21 april 2022
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van 29 juli 2021 gegrond verklaard. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen 8:55 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Met de brief van 10 januari 2022 heeft de Raad aan A.G. Zirak, gemachtigde van appellante, gevraagd wat hij met de procedure nog wil bereiken en wat het procesbelang is.
Het hoger beroep is behandeld ter zitting van 10 maart 2022. Namens appellante was
A.G. Zirak, samen met zijn dochter die heeft geholpen bij de vertaling van de zitting, door middel van een videoverbinding bij de zitting aanwezig. Menzis is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Vaststaat dat [appellante] is overleden. A.G. Zirak heeft verklaard dat hij geen erfgenaam is en dat er ook geen erfgenamen van [appellante] zijn. Ook is er niet gebleken van een belang bij voorzetting van de procedure. Gelet hierop is gebleken dat er geen belang meer bestaat om het hoger beroep te beoordelen en de Raad van oordeel is dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van R. van der Heide als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) R. van der Heide