ECLI:NL:CRVB:2022:925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en AIO-aanvulling wegens schending inlichtingenplicht over onroerende zaken in Turkije
In deze zaak gaat het om de intrekking van aanvullende bijstand per 1 maart 2005 en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) per 1 januari 2010, alsmede de terugvordering van kosten tot een bedrag van €35.554,23. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de besluitvorming gebaseerd op het feit dat appellanten hun inlichtingenverplichting hebben geschonden door het niet melden van onroerende zaken in Turkije.
De onroerende zaken bevinden zich in de gemeenten A. en B. en in het district C., en staan sinds respectievelijk 1976 en 1982 op naam van appellant. Appellanten stelden dat deze onroerende zaken van hun zoon zouden zijn, maar hebben dit niet aannemelijk gemaakt. Ook hun stelling dat zij begin jaren 2000 al een vermogensonderzoek ondergingen en een deel van de bijstand moesten terugbetalen, kon niet worden onderbouwd met stukken.
De Centrale Raad van Beroep heeft appellanten in de gelegenheid gesteld hun standpunt te onderbouwen, maar zij hebben dit niet gedaan. Hierdoor is de schending van de inlichtingenplicht komen vast te staan en kon de Svb het recht op bijstand en AIO-aanvulling niet vaststellen. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg en wijst het hoger beroep af.
Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 april 2022.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en AIO-aanvulling en wijst het hoger beroep af wegens schending van de inlichtingenplicht.