ECLI:NL:CRVB:2022:941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was senior engineer en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen met ingang van 14 oktober 2019.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld, mede omdat appellant geen medische onderbouwing leverde die tot een ander oordeel zou leiden. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over ernstige rugklachten en oververmoeidheid, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig en concludeerde dat het UWV terecht de uitkering heeft geweigerd. De door appellant overgelegde fysiotherapeutische informatie bracht geen nieuw inzicht en er was geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijk deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.