Appellante, werkzaam als schoonmaakster, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn per 5 augustus 2020. In bezwaar werd het medisch onderzoek uitgevoerd via beeldbellen door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, zonder fysiek spreekuurcontact. De Raad oordeelt dat dit niet voldoet aan de vereiste zorgvuldigheid, zeker gezien de klachten van appellante zoals krachtsverlies in armen en fibromyalgie.
De primaire arts van het UWV had appellante fysiek onderzocht, maar deze was geen geregistreerde verzekeringsarts. Volgens vaste jurisprudentie moet in de bezwaarfase een geregistreerde verzekeringsarts een spreekuurcontact hebben tenzij gemotiveerd kan worden dat dit niet nodig is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat een spreekuurcontact geen toegevoegde waarde had, maar de Raad volgt dit niet vanwege de aard van de klachten.
Het besluit is daarom niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, wat strijd oplevert met de artikelen 3:2 en 7:12 lid 1 Awb. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek te herstellen door een nader onderzoek door een geregistreerde verzekeringsarts, met speciale aandacht voor de klachten van appellante. De overige gronden van het hoger beroep blijven onbesproken en er is nog geen beslissing over proceskosten genomen.