Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 4,- door de griffier aan appellant wordt terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het volledige griffierecht niet was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij niet over voldoende inkomen beschikte om het griffierecht te voldoen en dat de Raad ten onrechte uitging van een inkomensnorm van 90% van de bijstandsnorm.
De Raad heeft het verzet behandeld en overwogen dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim is geweest. Uit de stukken bleek dat het inkomen van appellant hoger was dan de geldende norm voor betalingsonmacht. De Raad wees ook op het feit dat de Wet op de rechtsbijstand, genoemd door appellant, niet van toepassing is op de toetsing van betalingsonmacht voor griffierecht.
Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Wel werd het door appellant betaalde griffierecht van €4,- terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree op 21 april 2022.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.