ECLI:NL:CRVB:2022:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WIA-zaken
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar dit hoger beroep is door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking door appellant zelf.
Appellant heeft verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat hij tijdens de zitting vol emoties was en de consequenties van de intrekking niet heeft overzien. Hij gaf aan zich misleid te voelen en wilde alsnog een inhoudelijke beoordeling van zijn zaak.
De Raad oordeelde echter dat de intrekking van het hoger beroep niet ongedaan kan worden gemaakt, omdat appellant zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen en er geen aanwijzingen zijn dat hij daartoe niet in staat was of onbevoegd handelde. De inhoudelijke gronden van appellant worden niet bij de beoordeling van het verzet betrokken.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.