Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent haar WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen waarin appellante alsnog een IVA-uitkering werd toegekend met ingang van 10 november 2016, waarmee het UWV volledig tegemoet kwam aan haar bezwaren.
Naar aanleiding van de intrekking van het hoger beroep heeft appellante vergoeding van proceskosten en reiskosten gevorderd. De Centrale Raad van Beroep heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €4.877,-. Daarnaast zijn reiskosten voor het bijwonen van zittingen en hoorzittingen vastgesteld op €804,40, bestaande uit vliegtickets en openbaar vervoer.
De Raad wees de vergoeding van reiskosten toe, ondanks dat appellante pas in 2020 officieel als geëmigreerd was geregistreerd, omdat zij sinds 2015 in Spanje verbleef. Vertaalkosten werden niet vergoed omdat deze niet onder het Besluit proceskosten bestuursrecht vallen. De totale kostenvergoeding aan appellante bedraagt €5.681,40.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 april 2022. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.