Uitspraak
20.1028 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was tot 31 juli 2018 vrachtwagenchauffeur en ontving daarna een WW-uitkering. Vanaf 22 oktober 2018 meldde hij zich ziek en kreeg hij ziekengeld op grond van de Ziektewet. Op 1 mei 2019 stelde het UWV vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld, omdat hij geschikt werd geacht voor zijn werk. Dit besluit werd door appellant aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen beperkingen werden vastgesteld die het werk onmogelijk maakten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten, waaronder ernstige rugklachten en flauwvalneigingen, waren toegenomen en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen. Hij verzocht om nader onderzoek door een arbeidsdeskundige en benoeming van een deskundige.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek door het UWV en de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en consistent was met de bevindingen van behandelaars. Er was geen sprake van progressieve achteruitgang en de beperkingen stonden een arbeidsvermogen niet in de weg. Het verzoek om nader onderzoek werd afgewezen omdat er geen onduidelijkheid over de maatstaf bestond. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot beëindiging van het ziekengeld per 1 mei 2019 wordt bevestigd.