ECLI:NL:CRVB:2022:984

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 april 2022
Publicatiedatum
10 mei 2022
Zaaknummer
21/1812 WAJONG-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald, er geen gronden waren ingediend en geen machtiging was overgelegd.

Namens appellant werd verzet ingediend door een gemachtigde, die stelde dat het griffierecht mogelijk verkeerd was overgemaakt. Dit verzet werd behandeld zonder dat appellant of zijn gemachtigde verschenen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de stelling van de gemachtigde niet met bewijsstukken was onderbouwd en dat ook geen gronden of machtiging waren ingediend. Daarom werd het hoger beroep opnieuw niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond verklaard.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier R. van der Heide, op 21 april 2022.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 april 2022
21/1812 WAJONG-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 april 2021, 20/2290 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak van 15 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Namens appellant heeft L.J. [ naam gemachtigde] verzet ingediend.
Het verzet is behandeld ter zitting van 10 maart 2022. Appellant en zijn gemachtigde [ naam gemachtigde] zijn niet verschenen. Namens het Uwv is J.C. van Beek door middel van een videoverbinding verschenen.

OVERWEGINGEN

De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 9 december 2021
niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald, de gronden niet zijn ingediend en er geen machtiging is overgelegd.
In verzet voert [ naam gemachtigde] aan dat zijn cliënt het griffierecht niet heeft betaald omdat het misschien verkeerd is overgemaakt.
De Raad stelt vast dat de stelling van [ naam gemachtigde] in verzet niet slaagt. [ naam gemachtigde] heeft niet met bewijsstukken onderbouwd dat het griffierecht verkeerd is overgemaakt. Daarnaast zijn er ook geen gronden ingediend en is er geen machtiging overgelegd. Ook om die reden is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. In verzet zijn op deze punten geen argumenten aangevoerd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van R. van der Heide als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) R. van der Heide