Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 2,50 door de griffier aan appellant wordt terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet volledig was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij niet over voldoende inkomen beschikte om het griffierecht te voldoen en dat de Raad onterecht uitging van een inkomensnorm van 90% van de bijstandsnorm.
De Raad heeft het verzet behandeld en overwogen dat appellant onvoldoende feiten of omstandigheden heeft aangevoerd om aan te tonen dat hij niet in verzuim was. Uit de stukken bleek dat het inkomen van appellant hoger was dan de norm voor betalingsonmacht. Daarnaast is de verwijzing naar artikel 34 van Pro de Wet op de rechtsbijstand niet relevant voor de toetsing van betalingsonmacht voor griffierecht.
Ook oordeelde de Raad dat de zes zaken betreffende de Participatiewet niet als samenhangende zaken kunnen worden gezien waarvoor slechts één maal griffierecht verschuldigd is, omdat het aparte besluiten en beoordelingen betreft. Het verzet is daarom ongegrond verklaard.
Ten slotte bepaalde de Raad dat het door appellant betaalde griffierecht van € 2,50 wordt terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaald griffierecht wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.