ECLI:NL:CRVB:2023:1035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en verzuim hersteltermijn
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
Appellante is bij brief van 20 januari 2023 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan. Vervolgens is bij aangetekende brief van 20 februari 2023 nogmaals een termijn van vier weken gesteld om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ook deze termijn is door appellante ongebruikt voorbijgegaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen redenen zijn die het verzuim verontschuldigen. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 2 juni 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen van dit verzuim binnen de gestelde termijnen.