Uitspraak
22.885 WIA
OVERWEGINGEN
80-100%.
IVA-uitkering omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
WGA-loonaanvullingsuitkering omdat hij 100% niet duurzaam arbeidsongeschikt is.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1997 werkzaam als operator en meldde zich in 2011 arbeidsongeschikt wegens gezondheidsklachten. Het UWV kende hem een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, maar na herbeoordeling werd dit percentage in 2019 vastgesteld op 68,95%. Appellant stelde bezwaar en beroep in, stellende dat hij recht had op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies. De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen onderbouwden hun oordeel met medische gegevens en functionele mogelijkhedenlijsten. Appellant kon niet met objectieve medische stukken aantonen dat hij op de datum in geding ernstiger beperkt was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij per 18 juni 2019 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, verwijzend naar een brief van een revalidatiearts uit 2023. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV appellant niet per die datum volledig arbeidsongeschikt had geacht, maar pas per 1 februari 2022. De Raad vond geen nieuwe medische gegevens die het eerdere oordeel konden weerleggen en bevestigde dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was op 18 juni 2019.
Daarom komt appellant niet in aanmerking voor een IVA-uitkering per die datum. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant is per 18 juni 2019 niet volledig arbeidsongeschikt en heeft geen recht op een IVA-uitkering.