ECLI:NL:CRVB:2023:1053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing en buiten behandelingstelling van bijstandsaanvragen wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoefte
Appellanten dienden twee aanvragen om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. De eerste aanvraag van 22 juni 2018 werd afgewezen omdat appellanten niet aannemelijk maakten hoe zij in hun levensonderhoud en huurkosten voorzagen vanaf juli 2017. Ondanks het aanleveren van enkele documenten, waaronder geldleningsovereenkomsten en betalingen door derden, bleef onduidelijkheid bestaan over hun financiële situatie.
De tweede aanvraag van 24 januari 2019 werd buiten behandeling gesteld omdat appellanten niet alle gevraagde recente bankafschriften konden overleggen. Het college had hen meerdere malen verzocht deze gegevens aan te leveren, maar zij voldeden hier niet aan. Appellanten stelden dat zij alle gegevens hadden verstrekt, maar konden dit niet onderbouwen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen beide besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen van bijstandbehoevendheid bij appellanten ligt en dat het college terecht de aanvraag afwees en de tweede aanvraag buiten behandeling stelde vanwege onvoldoende gegevens. Appellanten kregen geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de eerste bijstandsaanvraag en de buiten behandelingstelling van de tweede aanvraag wegens onvoldoende bewijs en ontbrekende gegevens.