ECLI:NL:CRVB:2023:1080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging persoonsgebonden budget huishoudelijke ondersteuning conform Wmo 2015 bevestigd
Appellante, met lichamelijke beperkingen, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Het gemeenschappelijk orgaan ROGplus beëindigde dit pgb per 1 september 2020 en stelde haar over op een algemene voorziening schoon huis met een maximale omvang van 105 uur per jaar, te leveren door een gecontracteerde zorgaanbieder.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, stellende dat haar beperkingen adequaat gecompenseerd kunnen worden via de algemene voorziening. De wens van appellante om zelf een hulpaanbieder te kiezen werd niet als voldoende reden gezien om het besluit te vernietigen, aangezien keuzevrijheid voor een pgb niet geldt bij algemene voorzieningen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar bracht geen nieuwe gronden aan. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde dat de vrijheid om te kiezen voor een pgb en zorgverlener niet van toepassing is op algemene voorzieningen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het pgb en wijst het hoger beroep af.