ECLI:NL:CRVB:2023:1088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens onvolledig pgb-plan
Appellante, met beperkingen in zelfredzaamheid, vroeg op 3 januari 2018 een maatwerkvoorziening aan in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het college verstrekte haar echter zorg in natura voor de periode 8 januari 2018 tot en met 6 januari 2019. Appellante maakte bezwaar en wilde een pgb. Het college vroeg haar herhaaldelijk om een volledig ingevuld pgb-plan, maar zij diende dit niet in.
Het college handhaafde het besluit en wees de pgb-aanvraag af omdat appellante niet kon aantonen de taken van een pgb verantwoord uit te voeren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante geen volledig pgb-plan had ingediend en geen verklaring gaf voor het ontbreken daarvan.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de e-mails met verzoeken om het pgb-plan naar een verkeerd e-mailadres waren gestuurd, waardoor zij deze niet ontving. De Raad vond dit niet aannemelijk, mede omdat uit het dossier bleek dat appellante beide e-mailadressen gebruikte. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de weigering van het pgb. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van het persoonsgebonden budget wordt bevestigd.