ECLI:NL:CRVB:2023:1103

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
20 juni 2023
Zaaknummer
22 / 657 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens medische redenen tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep WIA-uitkering

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. De uiterste datum voor het indienen van het hogerberoepschrift was 24 februari 2022, maar het werd pas op 28 februari 2022 ontvangen.

Appellant stelde dat hij wegens ziekte, waarbij hij bedlegerig was, niet in staat was het beroepschrift tijdig in te dienen en dat hij bovendien geen advocaat meer had die dit voor hem kon doen. Tijdens de zitting op 11 mei 2023 heeft appellant dit toegelicht.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij om medische redenen niet tijdig kon indienen. Daarom verklaarde de Raad het verzet gegrond, waardoor het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich bevond.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is gegrond verklaard vanwege medische redenen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 juni 2023
22/657 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 januari 2022, 21/3945 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 oktober 2022 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld op de zitting van 11 mei 2023.

OVERWEGINGEN

De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 27 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig is ingediend.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 24 februari 2022. Het hogerberoepschrift is op 28 februari 2022 via de digitale postkamer ontvangen.
De termijn voor het indienen van hoger beroep is dus overschreden.
Ter zitting heeft appellant verklaard dat hij wegens ziekte (bedlegerig) niet in staat is geweest tijdig een beroepschrift in te dienen en dat hij geen advocaat meer had die het voor hem kon indienen.
De Raad is van oordeel dat appellant op de zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij om medische redenen niet in staat was tijdig een hogerberoepschrift in te dienen.
De Raad komt dan ook tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Dat betekent dat het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich bevond.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van M. Dafir als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2023.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) M. Dafir