Uitspraak
22 2086 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Wajong-uitkering in aanmerking moeten komen.
Wajong-aanvraag van appellant terecht afgewezen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1980, heeft op 3 december 2020 een Wajong-aanvraag ingediend met vermelding van autisme en een behandelplan van april 2020. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant tussen zijn 18e en 23e jaar duurzaam arbeidsongeschikt was. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd na zorgvuldige beoordeling van medische gegevens en het ontbreken van objectieve medische onderbouwing door appellant.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij weliswaar is gediagnosticeerd met het syndroom van Asperger en angsten, maar dat hem geen mogelijkheid is geboden om deze beperkingen in de relevante periode medisch vast te stellen. Hij stelde ook dat hij niet vier uur per dag belastbaar was, onderbouwd met persoonlijke herinneringen en omstandigheden, maar zonder medische stukken.
De Raad overweegt dat op grond van de Wajong alleen aanspraak kan worden gemaakt indien het verlies van arbeidsvermogen duurzaam vaststaat in de periode van 18 tot 23 jaar. Hoewel appellant een autismespectrumstoornis heeft en momenteel niet belastbaar is, blijkt uit de medische stukken dat hij rond zijn 18e jaar nog enigszins sociaal functioneerde en dat het verlies van arbeidsvermogen geleidelijk is ontstaan. Het risico dat door tijdsverloop geen medische informatie beschikbaar is, ligt bij appellant.
Daarom is het besluit van het UWV om de aanvraag af te wijzen terecht en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 juni 2022.
Uitkomst: De Wajong-aanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het ontbreken van duurzaam verlies van arbeidsvermogen tussen 18 en 23 jaar.