Uitspraak
21 1608 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
WGA-uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 80 tot 100%.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 2008 werkzaam binnen WSW-verband en viel in 2017 uit vanwege psychische klachten. Het UWV kende hem in 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het bezwaar van appellant leidde tot een herziening van de einddatum van de uitkering, maar niet tot toekenning van een IVA-uitkering, omdat geen sprake was van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom de beperkingen niet duurzaam zijn. De verzekeringsarts achtte geleidelijke re-integratie binnen WSW-verband mogelijk, met een prikkelarme omgeving en begeleiding.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten chronisch en onverbeterlijk zijn, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en de verzekeringsarts. De Raad benadrukte dat duurzame arbeidsongeschiktheid inhoudt dat herstelkansen nihil zijn, terwijl hier verbetering door re-integratie wordt verwacht.
De Raad concludeerde dat de IVA-uitkering niet toekomt en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige of toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een IVA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.