Uitspraak
22.1797 WIA
mr. P.C.P. Heijnen-Veldman.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2017 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2020 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarop de uitkering werd beëindigd. In bezwaar en beroep werd een nieuwe functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, maar ook toen bleef de arbeidsongeschiktheid onder de 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat zij voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen. De Raad onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat de beperkingen van appellante, waaronder CVS en status na gastric bypass, adequaat zijn meegewogen. De verklaringen van haar fysiotherapeut en internist bevatten geen nieuwe medische informatie die tot een andere beoordeling leiden.
Het UWV heeft bovendien voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. Het hoger beroep faalt derhalve en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%.