ECLI:NL:CRVB:2023:1128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van besluit WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend om terug te komen op een besluit van het UWV uit 1994 waarin hem een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) werd geweigerd. Het laatste verzoek dateert van november 2021. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals vereist volgens artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard en geoordeeld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ziek is geworden in een verzekerde periode of aansluitend daarop 52 weken achtereen ziek was. Ook was er geen sprake van een evident onredelijke uitkomst. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden of nadere onderbouwing aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep heeft de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd en ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en gebaseerd op de overwegingen dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het eerdere besluit omdat de wettelijke voorwaarden daarvoor niet zijn vervuld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.