ECLI:NL:CRVB:2023:1166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij AOW-pensioen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het voorlopige besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarbij hem een AOW-pensioen van 12% van het volledige pensioen werd toegekend. De Svb heeft de niet-verzekerde periodes gehandhaafd en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat hij meer jaren verzekerd was geweest en ging in hoger beroep tegen het voorlopige pensioenbesluit. Tijdens de procedure bleek dat het AOW-pensioen inmiddels definitief was toegekend met hetzelfde percentage van 12%. De Raad vroeg appellant om zijn belang bij de procedure aan te geven, maar hij reageerde niet.
De Raad oordeelde dat appellant geen procesbelang meer had bij het hoger beroep, omdat het resultaat dat hij nastreefde al definitief was vastgesteld en hij geen feitelijk belang meer kon hebben bij een uitspraak over het voorlopige besluit. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.