ECLI:NL:CRVB:2023:1175
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na overlijden appellant
Appellante, vertegenwoordigd door gemachtigde, heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad. De Raad heeft appellante herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht, met duidelijke termijnen en waarschuwingen dat bij niet-betaling het beroep niet inhoudelijk zou worden behandeld.
Het griffierecht is niet betaald binnen de gestelde termijnen. Bovendien is tijdens de procedure bekend geworden dat appellante op 8 augustus 2022 is overleden. De Raad heeft daarna meerdere keren geprobeerd om duidelijkheid te krijgen over het voortzetten van de procedure en de vertegenwoordiging van appellante, maar hierop is niet gereageerd.
De Raad concludeert dat er geen procesbelang bestaat bij een inhoudelijke behandeling van het beroep, omdat de eventuele erven geen belang of belangstelling tonen om de procedure voort te zetten. Daarom wordt het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en het niet betalen van het griffierecht.