ECLI:NL:CRVB:2023:118

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 januari 2023
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
22 / 1676 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding bezwaartermijn AOW-pensioen

Appellant heeft op 16 juli 2020 een AOW-pensioen aangevraagd bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). Op 30 oktober 2020 kreeg hij te horen dat hij geen recht heeft op AOW omdat hij niet in Nederland verzekerd was geweest. Appellant diende op 25 februari 2021 een bezwaarschrift in, dat pas op 7 mei 2021 bij de Svb werd ontvangen. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en appellant geen verschoonbare reden gaf voor de overschrijding. In hoger beroep benadrukte appellant zijn woon- en werkverleden in Nederland en zijn recht op AOW, maar gaf geen verklaring voor de late indiening.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens te late indiening. De inhoudelijke beoordeling van het recht op AOW kon daardoor niet plaatsvinden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

22.1676 AOW

Datum uitspraak: 19 januari 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2022, 21/4197 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft nog een nader stuk ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2022. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.

OVERWEGINGEN

1. Appellant, geboren op [Geboortedatum] 1953, heeft op 16 juli 2020 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd bij de Svb. In een besluit van 30 oktober 2020 heeft de Svb appellant laten weten dat hij geen recht heeft op een ouderdomspensioen, omdat hij niet in Nederland verzekerd is geweest voor de AOW. Het bezwaar hiertegen, gedateerd 25 februari 2021, is door de Svb ontvangen op 7 mei 2021. In een besluit van 18 juni 2021 (bestreden besluit) is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Met de Svb is de rechtbank van oordeel dat niet duidelijk is wanneer het besluit van 30 oktober 2020 aan appellant is verzonden. Maar nu hij zijn bezwaarschrift heeft gedateerd op 25 februari 2021 mag aangenomen worden dat hij toen in ieder geval het besluit had ontvangen. Uitgaande van die datum eindigde de bezwaartermijn op 8 april 2021. De ontvangst van het bezwaarschrift op 7 mei 2021 is ruim na het verstrijken van de bezwaartermijn. Evenmin is er, volgens de rechtbank, sprake van een verschoonbare overschrijding, nu appellant hierover niets heeft aangevoerd.
3. In hoger beroep benadrukt appellant opnieuw dat hij in Nederland heeft gewoond en gewerkt en dat hij recht heeft op een ouderdomspensioen. De Svb meent een juist besluit genomen te hebben.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1.
De Raad kan zich vinden in de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Uit de stukken kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat appellant niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 30 oktober 2020. Ook in hoger beroep heeft hij geen verklaring gegeven voor de late ontvangst van het bezwaarschrift. De vraag of appellant recht heeft op een ouderdomspensioen kan in dit geding dan ook niet aan de orde komen.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit terecht ongegrond heeft verklaard. De aangevallen uitspraak zal dan ook bevestigd worden.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van R. van Doorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2023.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) R. van Doorn