ECLI:NL:CRVB:2023:1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D. Hardonk-Prins
- S.S. Blok
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening hulp bij huishouden wegens ontbreken toestemming medisch advies
Appellant, met diverse medische aandoeningen, vroeg een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden aan nadat zijn eerdere voorziening was beëindigd. Het college wees de aanvraag af omdat een inwonende volwassen dochter de huishoudelijke taken verricht. Appellant maakte bezwaar met het argument dat de dochter overbelast zou zijn, onderbouwd met medische informatie en een wachtlijst voor specialistische GGZ-behandeling.
Het college wilde medisch advies inwinnen over de dochter, maar zij weigerde medewerking. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of sprake was van overbelasting. De rechtbank oordeelde dat het college niet hoefde af te wijken van het uitgangspunt dat de inwonende dochter de huishoudelijke taken kan verrichten. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het ontbreken van toestemming voor het medisch advies voor rekening van appellant komt.
Het incidenteel hoger beroep van het college wordt niet-ontvankelijk verklaard. De Raad concludeert dat het hoger beroep van appellant faalt en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bevestigd wegens ontbreken van toestemming voor medisch advies over de dochter.