ECLI:NL:CRVB:2023:1196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij verstreken periode jeugdhulpvoorziening
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht waarin een voorziening voor jeugdhulp werd toegekend voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020. De voorziening bestond uit begeleiding door het sociaal netwerk, in de vorm van een persoonsgebonden budget voor 120 minuten per week, verstrekt door de stiefvader van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat de periode waarop het besluit betrekking had al was verstreken en appellant inmiddels ouder dan achttien jaar was. Ook was niet aannemelijk dat appellant schade had geleden, mede omdat geen extra hulp was ingekocht.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad overwoog dat procesbelang alleen aanwezig is als het resultaat van het beroep daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor appellant. Een louter formeel belang volstaat niet. Omdat appellant geen toekomstige periode kan beïnvloeden en geen schade aannemelijk is, is het beroep ongegrond.
De Raad wees ook op eerdere jurisprudentie waarin is gesteld dat procesbelang kan blijven bestaan bij toekomstige aanvragen of schadevergoedingsverzoeken, maar dat is hier niet aan de orde. De Raad bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en de bevestiging van de aangevallen uitspraak.