ECLI:NL:CRVB:2023:1198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is op 5 juli 2022 en opnieuw op 5 augustus 2022 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €136,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de datum van de brieven. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier D. van der Boom en is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2023. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.