ECLI:NL:CRVB:2023:12
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken toestemming bewindvoerder voor hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen toestemming van zijn bewindvoerder had gekregen om de procedure te voeren.
Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 2 december 2022 was appellant aanwezig, maar het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) was niet verschenen.
De Raad overwoog dat het verzet gericht is op het alsnog mogelijk maken van een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep zonder dat hiervoor toestemming van de bewindvoerder is gegeven, wat volgens artikel 8:21, eerste lid, Awb vereist is voor natuurlijke personen die onbekwaam zijn om in rechte te staan.
Daarom kon de Raad niet anders dan het verzet niet-ontvankelijk verklaren. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 6 januari 2023 door J.C. Boeree.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van toestemming van de bewindvoerder.