ECLI:NL:CRVB:2023:12

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 januari 2023
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
20 / 146 WLZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:21 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken toestemming bewindvoerder voor hoger beroep

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen toestemming van zijn bewindvoerder had gekregen om de procedure te voeren.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 2 december 2022 was appellant aanwezig, maar het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) was niet verschenen.

De Raad overwoog dat het verzet gericht is op het alsnog mogelijk maken van een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep zonder dat hiervoor toestemming van de bewindvoerder is gegeven, wat volgens artikel 8:21, eerste lid, Awb vereist is voor natuurlijke personen die onbekwaam zijn om in rechte te staan.

Daarom kon de Raad niet anders dan het verzet niet-ontvankelijk verklaren. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 6 januari 2023 door J.C. Boeree.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van toestemming van de bewindvoerder.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 januari 2023
20/146 WLZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank
Den Haag van 10 december 2019, 18/6503 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Awb van
27 juli 2022 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 december 2022. Appellant is op de zitting verschenen. Het CIZ is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De Raad heeft in de uitspraak van 27 juli 2022 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant van zijn bewindvoerder geen toestemming heeft gekregen voor het voeren van de procedure in hoger beroep.
In het door appellant ingediende verzetschrift schrijft hij dat hij wachtgeld wil en dat de kosten voor zijn bewind worden vergoed. Ook vindt appellant dat de behandeling van GGZ Rivierduinen niet goed is.
Wat appellant aanvoert in verzet geeft de Raad geen aanleiding af te wijken van het oordeel in de uitspraak van 27 juli 2022.
Zoals vermeld in de eerste overweging van die uitspraak staat in artikel 8:21, eerste lid, van de Awb dat natuurlijke personen, onbekwaam om in rechte te staan, in het geding worden vertegenwoordigd door hun vertegenwoordiger naar burgerlijk recht.
De bewindvoerder van appellant heeft geen toestemming heeft gegeven voor het voeren van de procedure in hoger beroep. Daarom moet ook geconcludeerd worden dat er ook geen toestemming is gegeven voor het doen van verzet zoals bedoeld in artikel 8:55, eerste lid, van de Awb. Het verzet is erop gericht het voeren van een (inhoudelijke) hogerberoepsprocedure door appellant mogelijk te maken, terwijl daarvoor nu juist geen toestemming is. Daarom komt de Raad niet toe aan de inhoudelijke behandeling.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling in verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van Y. Fatni als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2023.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) Y. Fatni