ECLI:NL:CRVB:2023:1201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
De gemachtigde van appellant is per brief in de gelegenheid gesteld dit binnen vier weken te herstellen. Na een verzoek om verlenging is een termijn van vier weken gesteld, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid. Deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan, waarna pas op 2 januari 2023 alsnog gronden werden ingediend.
De Raad heeft geen verontschuldigende redenen voor het verzuim vastgesteld en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins en uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig indienen daarvan.