ECLI:NL:CRVB:2023:1203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden tegen besluit CIZ
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het CIZ van 19 september 2022. Volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift ontbrak deze gronden.
De gemachtigde van appellant is op 11 november 2022 schriftelijk in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verlopen. Vervolgens is bij aangetekende brief van 12 december 2022 een tweede termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-inhoudelijke behandeling.
Ook deze termijn is ongebruikt verstreken zonder dat gronden zijn ingediend. Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en ziet af van verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet benutten van hersteltermijnen.