Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 548,- te worden geheven.
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 548,- wordt geheven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2022. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereiste inhoudelijke gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De appellant is tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken alsnog de beroepsgronden in te dienen, maar heeft deze termijnen onbenut gelaten zonder geldige verontschuldiging. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam blijft daarmee in stand. Van appellant wordt een griffierecht van € 548,- geheven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins en uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet naleven van gestelde termijnen.