ECLI:NL:CRVB:2023:1223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping beëindiging ZW-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing geschiktheid pizzabakker
Appellante was werkzaam als pizzabakker en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering per 10 juni 2021, stellende dat zij geschikt was voor haar werk. De rechtbank verklaarde dit besluit terecht. In hoger beroep betoogde appellante dat haar fysieke en mentale klachten onvoldoende waren meegewogen, waaronder een depressieve stoornis en pijnklachten.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft onderbouwd dat appellante geschikt is voor haar werk gezien de aanmerkelijke mentale belasting van het pizzabakkerswerk en haar verminderde mentale belastbaarheid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende rekening gehouden met de psychische klachten en diagnoses van GZ-psychologen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het UWV, herroept het primaire besluit tot beëindiging van de uitkering en bepaalt dat de ZW-uitkering per 10 juni 2021 wordt voortgezet. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante wordt per 10 juni 2021 voortgezet vanwege onvoldoende onderbouwing van haar geschiktheid voor het werk als pizzabakker.