Appellant, laatstelijk werkzaam als allround operator extrusie, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts van Ergatis en aanvullende specialistische onderzoeken werd een expertiserapport opgesteld. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant niet meer dan 30,09% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, ondanks het ontbreken van een fysiek spreekuurcontact. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had gemotiveerd dat een fysiek contact geen toegevoegde waarde bood gezien de chronische aard van de klachten en de beschikbare medische informatie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat een deskundige benoemd had moeten worden. Tevens betwistte hij de urenbeperking van acht uur per dag en veertig uur per week. De Raad verwierp deze bezwaren, bevestigde de juistheid van het medisch oordeel en de geschiktheid van de geselecteerde functies. Het verzoek tot heropening van de zaak werd afgewezen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.