ECLI:NL:CRVB:2023:1258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks gezondheidsklachten en onwetendheid
Appellanten ontvingen bijstand en een WIA-uitkering, waarbij sinds 2019 de WIA-uitkering ten onrechte niet op de bijstand in mindering werd gebracht. Het college stelde een rechtmatigheidsonderzoek in en besloot de bijstand over een bepaalde periode te herzien en terug te vorderen. Appellanten maakten bezwaar, dat door het college werd afgewezen met het argument dat zij verwijtbaar hadden gehandeld en de terugvordering terecht was.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het ging om brutering van de terugvordering, omdat appellanten niet kon worden verweten dat zij de schuld niet betaalden. Het college ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, zoals aangevoerd door appellanten, waaronder onwetendheid en ernstige gezondheidsklachten.
De Raad oordeelde dat dringende redenen slechts kunnen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen en dat appellanten dit niet aannemelijk hadden gemaakt. De medische situatie van appellant en het niet weten van de te veel ontvangen bijstand vormden geen dringende reden. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en bleef de terugvordering in stand. Appellanten kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.