ECLI:NL:CRVB:2023:127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor aanvangskosten onderbewindstelling wegens te late aanvraag
Appellante ontvangt sinds september 2018 bijstand en heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eenmalige aanvangskosten van een onderbewindstelling. De kantonrechter stelde op 16 april 2019 een bewindvoerder aan, waarna de kosten zijn opgekomen. De aanvraag voor bijzondere bijstand werd echter pas op 19 juni 2019 ontvangen, terwijl het college beleid voert dat aanvragen binnen twee maanden na het opkomen van de kosten moeten worden ingediend.
Het college wees de aanvraag af wegens te late indiening, een beslissing die door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep stelde appellante dat de aanvraag tijdig per post was verzonden door de bewindvoerder, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De Raad oordeelde dat de enkele stelling van verzending onvoldoende is en dat het college niet gehouden is om de aanvraag alsnog te honoreren.
De Raad bevestigde daarmee het beleid en de afwijzing van de aanvraag, waarbij werd benadrukt dat het indienen binnen de termijn voor iedereen geldt, ook voor professionele bewindvoerders. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de aanvangskosten onderbewindstelling wegens te late aanvraag wordt bevestigd.