ECLI:NL:CRVB:2023:1274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht betaald te worden en moeten de gronden van het beroep worden vermeld.
Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €136,00 binnen een bepaalde termijn te betalen. Deze betaling is echter niet binnen de gestelde termijnen voldaan. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden van beroep, terwijl appellant ook hiervoor meerdere malen de gelegenheid heeft gekregen dit te herstellen.
Omdat appellant zowel het griffierecht niet heeft betaald als geen beroepsgronden heeft ingediend binnen de gestelde termijnen, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De Centrale Raad van Beroep heeft daarom zonder inhoudelijke behandeling het hoger beroep afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.