ECLI:NL:CRVB:2023:1293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op ouderdomspensioen wegens niet-verzekerd zijn na verhuizing naar België
Appellante is in 2003 met haar echtgenoot naar België verhuisd en wordt sindsdien niet meer als verzekerd voor de AOW beschouwd. Eind 2018 kreeg zij een ouderdomspensioen toegekend waarop een korting van 58% is toegepast wegens 29 nietverzekerde jaren. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar tegen deze korting ongegrond en wees het verzoek tot herziening af.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij een duurzame band met Nederland heeft behouden, dat zij onjuist niet is geïnformeerd over vrijwillige verzekering en dat zij indirect wordt gediscrimineerd als economisch inactieve vrouw. De Raad oordeelt dat appellante feitelijk in België woont, niet als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt en dat de Europese regelgeving bevestigt dat zij niet verzekerd was. De informatieplicht van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) is niet geschonden omdat appellante zich niet heeft ingespannen om zich te informeren en de Svb niet op de hoogte was van haar verhuizing.
De Raad wijst het beroep af en bevestigt dat de korting terecht is toegepast. Ook het beroep op het recht op vrij verkeer en het discriminatieverweer faalt, omdat de AOW-regeling sekseneutraal is en de Europese rechtspraak duidelijk maakt dat sociaalrechtelijke gevolgen van verhuizing niet volledig neutraal hoeven te zijn. De Raad ziet geen aanleiding af te wijken van de wetgeving wegens evenredigheid en verwerpt het beroep. De aangevallen uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de korting van 58% op het ouderdomspensioen terecht is toegepast omdat appellante niet verzekerd was voor de AOW na verhuizing naar België.