ECLI:NL:CRVB:2023:1299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen eerdere vernietiging besluiten bijstand en terugvordering
In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen de uitspraak van 10 januari 2023 van de Centrale Raad van Beroep, waarin de hoger beroepen van appellant kennelijk gegrond werden verklaard, de aangevallen uitspraken van de rechtbank werden vernietigd en de besluiten op bezwaar en primaire besluiten met betrekking tot bijstand en terugvordering werden herroepen.
Appellant stelde dat de Raad ook een oordeel had moeten geven over eerdere besluiten van het dagelijks bestuur van 9 april 2018 en 2 mei 2019. De Raad oordeelde echter dat deze besluiten niet in de procedure aan de orde waren gesteld en dat daarom terecht was afgezien van een zitting.
Het verzet werd behandeld tijdens een zitting op 30 mei 2023, waarbij appellant werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en het dagelijks bestuur door mr. J.G.H. Hartwijk. De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond was en dat appellant geen proceskostenvergoeding krijgt.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de Raad en benadrukt het belang van de juiste procedurele behandeling van besluiten in hoger beroep en verzet.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard en de eerdere vernietiging van besluiten blijft gehandhaafd.