ECLI:NL:CRVB:2023:1313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand na brand en verhuizing wegens voorliggende voorziening
In maart 2021 heeft een brand gewoed in de huurwoning van appellante, waardoor zij tijdelijk elders moest verblijven. Na terugkeer heeft zij op 24 januari 2022 bijzondere bijstand aangevraagd voor verhuiskosten. Het college wees de aanvraag af omdat de schade-uitkering van €28.000 als voorliggende voorziening wordt beschouwd.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat het college onzorgvuldig handelde door niet in overleg te treden, gezien de complexe situatie met brand, twee verhuizingen en schade. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit.
In hoger beroep voerde appellante dezelfde grond aan, maar het college had contact gezocht met haar gemachtigde om de aanvraag toe te lichten. De Raad oordeelde dat appellante voldoende duidelijkheid had moeten verschaffen over haar behoefte aan bijzondere bijstand na de schade-uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijzondere bijstand bleef in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand blijft in stand omdat de schade-uitkering als voorliggende voorziening geldt.