ECLI:NL:CRVB:2023:1315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verhoging huurplafond defensieambtenaar in het buitenland
Appellant, een defensieambtenaar geplaatst in het buitenland, verzocht om verhoging van zijn huurplafond omdat hij een woning huurt met een hogere huur dan het vastgestelde plafond. De commandant wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, en passende woningen onder het huurplafond beschikbaar waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de korte tijd tussen functietoewijzing en ingangsdatum onvoldoende aanleiding gaf tot toewijzing. Ook het betoog dat de commandant zich niet aan minimale termijnen had gehouden, werd verworpen. De commandant bood alternatieven zoals tijdelijke opslag en rijkshuisvesting.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling. Het beroep faalde omdat appellant onvoldoende bijzondere omstandigheden aannam die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De Raad vond dat de belangenafweging door de commandant zorgvuldig was gemaakt en dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden.
De Raad liet het bestreden besluit in stand en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door H. Lagas, met M. Dafir als griffier.
Uitkomst: Het verzoek om verhoging van het huurplafond wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.