ECLI:NL:CRVB:2023:1335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante werkte als productiemedewerker en meldde zich ziek met galblaasklachten. Het UWV kende haar een ZW-uitkering toe, maar beëindigde deze per 9 februari 2021 na een medische beoordeling door verzekeringsartsen die haar geschikt achtten voor haar laatste werk. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij door psychische klachten niet geschikt was, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in hoger beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling inhoudelijk overtuigend was en dat het eigen werk voldeed aan de eisen van gestructureerd en conflictvrij werk. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat het UWV terecht de uitkering beëindigde.
De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van appellante te volgen en wees haar verzoek om vergoeding van proceskosten en griffierecht af. De uitspraak bevestigt dat de wettelijke criteria van artikel 19 ZW Pro correct zijn toegepast en dat de medische belastbaarheid adequaat is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de ZW-uitkering per 9 februari 2021 heeft beëindigd.