ECLI:NL:CRVB:2023:1342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat zij arbeidsvermogen bezit. De rechtbank heeft dit standpunt bevestigd, stellende dat appellante ten minste een uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is, mede op basis van rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
Appellante betwistte dit oordeel en voerde aan dat zij door concentratieproblemen en verstandelijke beperkingen niet in staat is om te werken, en dat zij afhankelijk is van begeleiding. Zij overlegde aanvullende medische en zorgdocumenten, maar deze waren onvoldoende om het oordeel van arbeidsvermogen te weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad stelt vast dat appellante onvoldoende heeft onderbouwd dat zij niet over arbeidsvermogen beschikt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.