ECLI:NL:CRVB:2023:1361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van appelverbod en verzoek tot schadevergoeding in bezwaarprocedure WMO
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer inzake de vergoeding van kosten gemaakt in bezwaar. Het college wees dit verzoek af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook het verzet tegen deze uitspraak werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep verzocht appellant de Raad om het appelverbod te doorbreken, stellende dat het dossier incompleet was en dat fundamentele procesrechten waren geschonden door het ontbreken van een vertegenwoordiger van het college tijdens de bezwaarprocedure. Tevens stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte niet had geoordeeld over bepaalde stukken en dat het college de kosten in bezwaar had moeten vergoeden.
De Raad oordeelde dat het appelverbod op grond van de Awb niet doorbroken kon worden omdat geen ernstige schending van fundamentele rechtsbeginselen was vastgesteld. Appellant was voldoende gehoord en beschermd in het verzet, en de aangevoerde procesrechtelijke bezwaren waren onvoldoende om het appelverbod te doorbreken. De Raad verklaarde zich daarom onbevoegd en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek tot doorbreking van het appelverbod en schadevergoeding af.