ECLI:NL:CRVB:2023:1367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabetaling salaris na functiewijziging bij Belastingdienst
Appellante was werkzaam als vastgoeddeskundige bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en kreeg haar functie met terugwerkende kracht ingedeeld in schaal 12. Na bezwaar werd besloten tot nabetaling van achterstallig salaris over de periode 1 november 2012 tot 1 april 2017, de datum waarop zij uit dienst ging bij het RVB.
Appellante stapte per 1 april 2017 vrijwillig over naar een functie bij de Belastingdienst. Zij vorderde nabetaling van salaris over de periode na deze datum en een schadevergoeding wegens misgelopen salaris. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens formele tekortkomingen, maar liet de nabetaling tot 1 april 2017 in stand en wees de schadevergoeding af.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat appellante geen aanspraak kan maken op nabetaling na haar overstap, omdat de nieuwe functie bij de Belastingdienst losstaat van haar oude functie bij het RVB. Er is geen afspraak dat een hogere waardering van haar oude functie doorwerkt in haar nieuwe functie. Ook is de overstap geen reorganisatie maar een persoonlijke keuze.
De Raad oordeelt dat er geen causaal verband is tussen de gestelde schade en het besluit van de minister. Het nieuwe besluit van 21 september 2022 voldoet aan de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit blijft in stand en appellante krijgt geen schadevergoeding of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op nabetaling van salaris na 1 april 2017 en wijst het hoger beroep af.