ECLI:NL:CRVB:2023:1374

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2023
Publicatiedatum
18 juli 2023
Zaaknummer
21 / 2432 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door college van burgemeester en wethouders van Kerkrade

Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Namens betrokkenen werd eveneens hoger beroep ingesteld en een verweerschrift ingediend. Vervolgens trokken beide partijen hun hoger beroep in, waarbij betrokkenen verzochten het college te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe, dat bepaalt dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten conform artikel 8:57 Awb Pro.

De Raad oordeelde dat het college in de kosten van betrokkenen moest worden veroordeeld en stelde de proceskosten vast op €837, conform de onderlinge overeenkomst tussen partijen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Janssen in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 18 juli 2023.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade is veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten aan betrokkenen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 juli 2023
21/2432 PW, 21/2468 PW, 21/2469 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 28 mei 2021, 20/1382 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade (college)
[betrokkene 1] te [woonplaats 1] en [betrokkene 2] te [woonplaats 2] (betrokkenen)

PROCESVERLOOP

Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkenen heeft mr. F.Y. Gans, advocaat, hoger beroep ingesteld en een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 27 februari 2023 heeft mr. Gans het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 6 maart 2023 heeft het college het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkenen heeft mr. Gans verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die betrokkenen in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. De kosten worden  in overeenstemming met wat partijen hierover onderling zijn overeengekomen  begroot op € 837,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2023.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) A. Giesen