ECLI:NL:CRVB:2023:1374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door college van burgemeester en wethouders van Kerkrade
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Namens betrokkenen werd eveneens hoger beroep ingesteld en een verweerschrift ingediend. Vervolgens trokken beide partijen hun hoger beroep in, waarbij betrokkenen verzochten het college te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe, dat bepaalt dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten conform artikel 8:57 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat het college in de kosten van betrokkenen moest worden veroordeeld en stelde de proceskosten vast op €837, conform de onderlinge overeenkomst tussen partijen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Janssen in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 18 juli 2023.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade is veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten aan betrokkenen.